donderdag 25 augustus 2011

Snel

25-08-2011
Oei, opeens ben je twee maanden verder en is het wielerseizoen bijna afgelopen. En is er niet zoveel terecht gekomen van het bijhouden van je blog. Te weinig tijd, en soms te weinig energie.

Goede en slechte momenten zijn voorbij gekomen. Of eigenlijk perioden. Het is een kunst om op tijd in vorm (/goede conditie) te komen en dat dan een tijdje vast te houden. Want ben je eenmaal in vorm, voel je je sterk en denk je dat je alleen maar sterker kan worden. Waardoor je te veel gaat doen, je over een grens gaat en je lichaam even leeg is.

Naar de perioden met veel en mooie wedstrijden heb ik echt toe getraind, en ik heb die weken beleefd een soort semi-prof. Vooral begin juni, met in de leukste week op zondag een wedstrijd in Luxemburg, op woensdag de Parel van de Veluwe (180km, 82e, indruk van de wedstrijd:
op donderdag de Ronde van Lekkerkerk (100km,  28e), met mooie foto’s genomen door Ronald:
Ronde van Lekkerkerk
Op zaterdag de Ronde van Papendrecht (100km, 14e) en maandag de Ronde van Numansdorp (80km, 27e). Dat ik door al die wedstrijden sterker was geworden merkte ik een week later door een 14e plek in het districtskampioenschap. En dat het toen wel een beetje ‘op’ was merkte ik de weken erna…

Na een mindere periode in juli ben ik in begin augustus weer hard gaan trainen voor het naseizoen. Een trainingrit van Rotterdam naar Enschede voor een bezoek aan Marijn bleek erg goed voor de conditie. Trainen met wind in de rug is echt superrelaxed! In de Ronde van Berkel twee dagen later voelde ik me top en werd ik in een sterk deelnemersveld 27e.
Ronde van Berkel in de regen
Afgelopen zondag heb ik een mooie koers in Limburg gereden (Bergomloop Simpelveld) en dinsdag in Belgie (Omloop van de Grensstreek), helaas nog net een wat te hoog niveau om de wedstrijden uit te kunnen rijden, maar ik kan bergop goed mee en ik heb genoten van de ambiance. Met het tekenen van het wedstrijdformulier en het maken van een teamfoto op een podium, en het rijden van een echte kasseienklim als uitschieters.  

Het jaartje bij de elites is zo’n beetje voorbij en lijkt omgevlogen te zijn. Veel geleerd en veel meegemaakt. En lang niet alle leuke voorvallen in deze blog gezet. Misschien later.

Nieuwsbrieven Cycling Team RWC Ahoy':

donderdag 26 mei 2011

DNF


26-05-2011
Omdat ik mijn hele sportleven al liever wedstrijden heb dan trainingen, komt het wielren-fenomeen trainingswedstrijd mij goed uit. Op een doordeweekse avond ongedwongen rondjes rijden, maar ondertussen wel allemaal als eerste over de finish willen komen. Hier heb ik gemerkt dat ik geen echte sprinter ben, het aantal 2e en 3e plaatsen in deze trainingswedstrijdjes de afgelopen jaren zijn niet meer op een hand te tellen. Een paar weken terug won ik er zowaar eentje. Van een goede wielervriend en een ploeggenoot waarmee ik was ontsnapt, en die mij wellicht de sprintoverwinning gunde, maar toch.
(Van deze wedstrijden wordt zelfs een soort competitie gemaakt, zie http://www.mylaps.com/championship/view.jsp?id=16078 , waarbij ik met de tweede plaats het Joop Zoetemelk-gehalte van mijn ‘carrière’ na de tweede plaats in de veldrijcompetitie wat vergroot).

De uitslagen van al deze wedstrijden hou ik, net als mijn trainingskilometers bij (zie vorige stukje). En het tegenovergestelde van een 1 in dat lijstje is DNF. Oftewel Did Not Finish. 
Zeer schadelijk voor het zelfvertrouwen (in geval van uit de wedstrijd genomen worden) of humeur (in geval van materiaalpech). Beide heb ik de afgelopen tijd meegemaakt. In een criterium op ons eigen parcours kreeg ik een klapband terwijl ik in de beslissende kopgroep reed. Omdat ik op de fiets naar het parcours was gekomen had ik geen reservewiel staan en ik was niet brutaal genoeg om iemand anders zijn wiel te pakken. Wat me achteraf veel verbaasde blikken opleverde. Als schrale troost nog wel een vermelding in het AD.
Stukje in AD
Nog in de kopgroep tijdens de GP Oostland
De DNF in de Dorpenomloop Drenthe en de Ronde van Rijsoord waren omdat ik gewoon niet mee kon komen. In de Dorpenomloop werd het groepje waarin ik reed uit koers gehaald omdat de achterstand op de eerste groep te groot werd. Door de wind was het een zware koers waarin maar 40 van de 160 man finishte. In Rijsoord was ik echt niet fit en moest ik binnen een half uur lossen. De inspanningen in het voorjaar leken zijn tol te vragen. Na een paar weken wat rustig aan ben ik gisteren in de Ronde van Ridderkerk weer gewoon gefinished, 37 in de massasprint. Op tijd weer fit lijkt het. Gelukkig maar, want het worden een paar weken met veel leuke wedstrijden.

29-05 GP Ost Fenster (Luxemburg)
01-06 Parel van de Veluwe
02-06 Ronde van Lekkerkerk
04-06 Ronde van Papendrecht
06-06 Ronde van Numansdorp
11-06 Les Trois Ballons (Frankrijk)
13-06 Districtkampioenschappen Hardinxveld-Giesendam
22-06 Ronde van Albrandswaard
(gegevens over wedstrijden op http://www.knwu.nl/kalender.html )
Door een verlicht centrum van Ridderkerk

donderdag 14 april 2011

Andere werkelijkheid

14-04-2011
Tot vorig jaar hield ik het aantal kilometers bij wat ik per training reed. Bij de elites wordt er meer in uren gerekend. Veel uur om de benodigde conditie te krijgen om 170 kilometer wedstrijd vol te maken. Of nee, ik bedoel natuurlijk 4 uur wedstrijd vol te maken.

Bij mijn eerste twee klassiekers, de Dorpenomloop Rucphen en de Ronde van de Haarlemmerliede kwam ik tot zo’n 3 uur wedstrijd, maar de Omloop van de Veenkoloniën en de
Omloop van de Glazen Stad heb ik uitgereden. Met een 68e, respectievelijk 102e plaats op een bescheiden plekje, maar ik ben er blij mee, dit had ik aan het begin van het seizoen niet verwacht. Alle trainingen kosten dus veel tijd, tijd die ten koste gaat van een stukje op mijn blog zetten. Maar ik ga proberen het een beetje bij te houden.

Vorig jaar reed ik nog een criterium voor mijn eigen voordeur langs. Dit jaar een klassieker over mijn geboortegrond. Over wegen waar ik normaal alleen met de auto mag komen. Wat een fantastische ervaring! Al zwaaiend langs vrienden en familie waar ik zo goed als door de voortuin reed. De meeste lukte het om mij in het pak van bijna 200 renners te herkennen, sommige niet. En andersom, maar ik reken 1 herkende toeschouwer voor 10.




Mijn trainingsrondje start op de Bergselaan, de straat waar het criterium langs mijn voordeur vorig jaar over ging. En vaak denk ik even terug aan die wedstrijd. ‘Vorig jaar reed ik hier nog een wedstrijd’. Gevolgd door: ‘maar toen leek het helemaal niet op zoals het nu is’. En dat gevoel had ik tijdens de Omloop van de Glazen Stad (o.a. door mijn geboorteplaats Bleiswijk) weer. Ik reed over wegen waar ik vaak rijd, maar alles zag er zo anders uit.

Dat komt zo. In een wedstrijd zie ik eigenlijk vooral wielen en ruggen. Constant gefocust op het zoeken van de meest gunstige positie en de eerstvolgende bocht of vluchtheuvel. Of zo vermoeid dat je alleen het wiel voor je nog maar ziet. Daardoor een heel ander beeld op de omgeving krijgend. Tijdens trainingsrondjes in de afgelopen weken is het me al een paar keer overkomen dat ik dacht ‘he, hier heb ik pas nog gereden’ en me even later bedacht dat dat tijdens de wedstrijd is geweest. Zo vraag ik me tijdens het kijken naar de Tour de France wel eens af of die renners door hebben dat ze door zulke leuke dorpjes en over zulke mooie bruggen rijden. Ik denk het niet…



Mijn uitslagen zijn te volgen op:

Omloop Veenkoloniën (rond Veendam, volgens een van mijn ploegmaten in Zuid-Denemarken)
Criterium van Zoetermeer (21e)

maandag 14 maart 2011

Eerste echte koers


14-03-2011
Dorpenomloop Rucphen, mijn eerste koers bij de elites. Meteen een goede (voor de kenners: een UCI-1.2 wedstrijd), tussen onder andere het opleidingsteam van Rabobank, Katusha en Lotto. Op internet zelfs live te volgen.


Het zou dus hard gaan, maar waarschijnlijk ook wat minder nerveus vanwege de vele goede renners. Op een valpartij op 15km na (waar helaas wel een ploeggenoot slachtoffer van werd, en een andere indirect doordat hij op het fietspad om de valpartij heen dacht te fietsen maar even laten verhinderd werd door een sloot tussen de weg en het fietspad en zo de aansluiting met het peloton verloor) genoot ik inderdaad van de 'rust' in het peloton. Weinig onverwachtse bewegingen, een regelmatig tempo, wel wat anders dan ik gewend was bij de amateurs. 

Zoiezo was mijn wedstrijd veel minder gestrest gestart dan ik gewend was. Mijn rugnummer werd opgehaald, mijn kaderplaatje werd op mijn fiets gezet, ik kon lekker rustig met de ploeg een kopje koffie drinken. Hoe relaxed! 

Het lukte me zelfs om in het peloton naar voren te fietsen. Een beetje bescheiden was ik namelijk ongeveer vanaf plaatsje nummer laatst gestart. Ik vond het lekker gaan, dacht onderweg nog wel dat ik wel een hele grote versnelling moest draaien (wat later niet vreemd bleek gezien de hoge gemiddelde snelheid), en ik vond het super.

Tot ik blijkbaar iets te ver in het peloton naar achter was gezakt en ik een aantal plaatsen voor mij iemand een gaatje zag laten vallen. En degene na hem dat niet dicht kon rijden, waarop het gaatje een gat werd. Om terug te komen moesten we aan de bak. Dat koste de nodige energie, maar de groep was gelukkig groot genoeg zodat we terug konden komen. Snel weer naar voor proberen te komen. Maar daarvoor ging het wat hard. Even bijkomen achterin dan maar. Een paar kilometer verder komen we in de bevooradingszone, knijpt iedereen in de remmen om een bidon aan te pakken en schiet daarna weer in gang. En op zo'n moment zit je dan niet goed.. er valt weer gaatje, en nog een, en nog een stuk of 12, en samen wordt dit weer een gat en zijn we er weer af. De samenwerking is slecht, de benen zijn niet meer sterk genoeg, een voor een vallen de jongens van het groepje af. Waarbij ook ik. Tussen de auto's probeer ik wat bij te komen en heb ik nog even de hoop dat ik nog terug kan rijden naar het groepje, maar dat is ijdele hoop.

Oei. Dan kom je toch jezelf even tegen. Zowel fysiek als mentaal. Je lichaam is even leeg, en dan ook nog een teleurstelling verwerken. Stiekem had ik gehoopt deze koers uit te kunnen rijden. 500 meter later wordt ik nog wel toegejuigd door mijn familie die langs het parcours woont, ze vinden deze 115 km blijkbaar een prestatie genoeg gelukkig. 

Terug bij de kleedkamers blijkt dat helaas maar 2 van de 8 ploeggenoten de koers hebben uitgereden. Bij een van hen heb ik continu in de buurt gereden, dat doet mij wel afvragen waar ik net wat beter had moeten zitten om mogelijk de moeilijke momenten te voorkomen. Dat zullen we nooit weten, maar misschien leer ik dat een volgende keer. Want ik hoop snel nog zo'n koers te mogen rijden.

Voorlopig staat het criterium in Zoetermeer (20 maart om 14:30 uur, in de buurt van de Dorpsstraat, 80km) op het programma. Kijken hoe dat gaat.

maandag 24 januari 2011

Wet van Murphy

24-01-2011
Nooit gedacht dat ik ooit nog eens in de lelijkste wielertrui aller tijden een wedstrijdje zou rijden. Gelukkig lag er zo veel vuil op het parcours dat de opdrukken al snel niet meer te lezen waren. (een soort mijnwerkers op de fiets, dat werden we)


Op het lelijkste wielershirt aller tijden prijkt groot de reclame voor de Apres Skihut (voor de uitgaans-leken onder u; zo’n beetje de foutste uitgaansgelegenheid in Rotterdam). Behalve een ontzettend lelijk logo en een vreselijke kleurencombinatie ook een bijzondere combinatie met een wielerclub.

Gelukkig stonden er al andere sponsors op het shirt toen ik bij Ahoy kwam rijden. Dat ik zaterdag toch in dit shirt kwam te rijden, was een gevalletje wet-van-Murphy. Toen ik net van huis was vertrokken bedacht ik me dat ik vergeten was mijn wedstrijd-shirt in mijn tas te stoppen. Geen probleem, dacht ik toen, ik kon ook rijden in mijn shirt met lange mouwen die ik al aan had. Maar nadat ik mijn rugnummer op dat shirt had gespeld en het shirt weer aan wilde trekken, begaf de ritssluiting het. En met nog 5 minuten tot de start van de wedstrijd te gaan kon ik niet anders dan een teamgenoot vragen of hij een reserveshirt bij zich had. En die had ie, eentje die hij normaal alleen durft te gebruiken als ondershirt.

Thuisgekomen bleek mijn band langzaam leeg te lopen. Een wet-van-Murphy-twijfelgevalletje, ik had het immers nog wel tot thuis gered.

Wil ik ooit nog eens een wedstrijd in de mooiste wielertrui ter wereld te rijden zal ik zelfs aan de omgekeerde wet van Murphy niet genoeg hebben. Misschien dat ik nog eens de bolletjestrui in de winkel ga kopen...


maandag 17 januari 2011

Partijtje

17-01-2011
Het was een beetje als een kinderfeestje, de laatste veldritwedstrijd. Het was nog niet zo dat we in plaats van onze wielerlicentie onze zwemdiploma moesten laten zien, maar sommige stukken van het parcours deden niet onder voor een olympisch zwembad. 



Door plassen op asfalt rijden is leuk, maar plassen op onverharde delen geven modder, en dat is natuurlijk nog veel leuker! Ik heb er weer van genoten om als een klein kind zo hard mogelijk door de modder te scheuren. Gelukkig deze keer niet zoals vorige week van die zuigende modder waardoor je bijna niet meer vooruit komt, maar zachte blubber waardoor zand in al je kleding wordt opgezogen en je je verbaast dat je na 3 wasbeurten nog steeds zand in de wasmachine vindt. 

Door een foutje bij een van de hindernissen in de een-na-laatste ronde wat tijd verloren, bijgehaald en ingehaald door mijn achtervolger waardoor ik net het podium miste. Wel tweede geworden in het eindklassement. Na de prijsuitreiking samen met de andere veldrijders met ranja (in het kader van het kinderfeestje, maar er mag ook gelezen worden: biertje) geproost op het einde van een leuk seizoen. Volgende week weer lekker op het asfalt, al kan ik me van vorig jaar herinneren dat je daar ook erg vies van kan worden.

De laatste mooie plaatjes van het veldritseizoen: 





dinsdag 11 januari 2011

Modder

11-01-2011
Gras, sneeuw, gesmolten sneeuw, regen, wielrenners, modder. Heel veel modder. Dat is ongeveer de geschiedenis van de strook gras waar de cross van afgelopen zaterdag overheen ging. Zo veel modder dat de snelheid wel heel laag werd. En ik doe het toch ook een beetje voor de snelheid...
Volgens mij dus niet de leukste cross van het jaar, al zijn anderen het daar niet mee eens


En met dat beestenweer toch nog toeschouwers, fotograven en vrijwilligers langs de kant. Respect! 
Helaas was de renner die ik in het klassement voor me heb bijzonder sterk. Niet bij te houden. Hij wint de wedstrijd en daarmee definitief ook het klassement. Ik haal helaas net het podium niet deze wedstrijd.




maandag 3 januari 2011

Stofje

03-01-2011
Wielrennen is een veel beschreven sport. Tim Krabbe, Thijs Zonneveld, Kees van Kooten, fietsers die een leuk stukje kunnen schrijven. En andersom. Een schril contract met bijvoorbeeld voetballers, die komen niet veel verder dan een column met kritiek op hun eigen club.

En ik weet hoe het komt dat al die wielrenners zo veel schrijven. Het is een stofje in je hoofd. Dat blijkbaar alleen vrij komt als je met een aantal gelijkgestemden zo snel mogelijk een bepaalde afstand fietsend probeert af te leggen.  Ik ben dan ook niet de enige die af en toe een stukje over mijn wedstrijdbelevenissen op internet zet. Ook mijn pelotongenoten Ronald, James of Geer typen regelmatig iets. Blijkbaar hebben we hier naast de uren op de fiets ook nog tijd voor. Maar wij winnen ergens tijd. Door het stofje.

Voor inspiratie hebben we geen extra tijd nodig. De ideeën borrelen tijdens het fietsen op. Fietsen alleen is blijkbaar te saai; je gedachten dwalen vanzelf naar nieuwe ideeën. Maar het leuke van het stofje is dat het je een soort van energie geeft. Je verwacht moe te zijn na een wedstrijd, maar ik bewaar mijn meest gehate huishoudelijke klusjes juist voor na de wedstrijd, dan lijken die dingen opeens vanzelf te gaan. Hoe mooi! Eerst een beetje hobby-en, en daardoor vervelende klusjes makkelijker afhandelen! Eigenlijk zou iedereen op de fiets naar zijn werk moeten gaan.

En het is nog mooier. Het stofje zorgt er zelfs voor dat negatieve gevoelens verminderen. Afgelopen zondag voor de tweede keer dit seizoen mijn achterderailleur eraf gereden door de vele modder op het parcours. Weg goede klassering. Alle inspanningen voor niets. En toch liep ik tevreden met mijn fiets over de schouder terug naar de start (want pech overkomt je altijd op het punt van het parcours dat het verst weg is van de start lijkt het). Volgens mij door het stofje, een of andere nep-drug met literaire uitwerking.


Nog twee veldritten te gaan dit seizoen, Berkel en bij mijn eigen club Ahoy (8 en 15 jan). Helaas waarschijnlijk te weinig om de eerst plek in het klassement nog te veroveren, maar wie weet...

En de culturele tip: Tikkop van Adriaan Wolker. Bijzonder verhaal over Zuid-Afrika.






woensdag 22 december 2010

Aankomen

19-12-2010
Een van de angsten van wielrenners in de winter, naast sneeuw, is kilo’s aankomen. Zwaarder kom je de bergen toch wat minder makkelijk over. Daarom moet er in de winter getraind blijven worden; in de hoop dat het gewicht in het voorjaar niet te hoog is geworden. Voor het eerst doe ik dat dit jaar door middel van veldrijden. Zelfs koning winter met zijn sneeuw houdt dat niet tegen. 

Maar een wielrenner kan het woord aankomen natuurlijk ook op een positieve manier uitleggen. Als het belangrijkste doel in een wedstrijd. Er zijn vele verschillende manieren om aan te komen: als winnaar, als verliezer, alleen, sprintend, moegestreden, uitgeput of euforisch, noem maar op. 

Vandaag had ik het geluk als winneer over de streep te komen. En nog wel alleen ook. Volgens sommigen de mooiste manier om te winnen. Maar achteraf bedacht ik mij dat ik aankomen in een sprint zoals een paar weken geleden misschien wel leuker vond. Waarschijnlijk doordat het om een spannende sprint ging, met veel aanmoedigingen en een voor mij positief resultaat. Aanleiding voor een flinke adrenaline-kick. 

Tijdens mijn laatste ronde vandaag, alleen rijdend, had ik eigenlijk meer last van stress om geen fouten te maken waardoor mijn achtervolger terug kon komen. Zelfs tot de laatste 100 meter. De finish gaf meer opluchting dan adrenaline… 

Snel kwam gelukkig een tevreden gevoel, staand op een voor mijn gevoel meters hoog podium in een winters landschap met winters zonnetje. Een mooie winter tot nu toe (hoewel die eigenlijk nog niet eens begonnen is), ik kan toch zeggen dat ik een keer als eerst ben aangekomen. En dan bedoel ik geen kilo’s. 








Aanmoedigingen voor de aanmoedigingen

08-11-2010
Kijk uit, het is glad!’ Normaalgesproken fijn als iemand dat als waarschuwing naar je roept. Niet als je bezig bent met een wedstrijd veldrijden en een van je supporters je op deze manier probeert aan te moedigen. Dan zorgt die opmerking er voor dat je gaat denken ‘verrek, het is hier inderdaad glad, misschien moet ik wat voorzichtiger rijden’. En dat is nou net wat je niet moet doen als veldrijder; voorzichtig rijden. Het is namelijk de kunst zo hard mogelijk overal overheen te rijden, dan heb je er ook het minst last van. Ook als het glad is. Hoe langzamer en voorzichtiger je rijdt, des te moeilijker het wordt. 

Hierdoor komt het ook dat ik tijdens het inrijden over het parcours standaard denk dat het overal lastig rijden is. Tijdens de eerste ronde van de wedstrijd blijkt echter steeds weer dat dat wel meevalt. Dit komt omdat een veldrijwedstrijd een soort omgekeerde wedstrijd is, iedereen begint met een sprint en kijkt hoe lang ie dat volhoudt. Wat resulteert in hele hoge snelheden in de eerste ronde, met als voordeel dat je merkt dat veel stukken goed te doen zijn als je er maar hard genoeg overheen rijdt. 

Liever dus aanmoedigingen die juist wat meer risicovol gedrag uitlokken. ‘Pak hem’, ‘Je kan harder’ of ‘Je oma rijd nog sneller door de modder’. Daarnaast moet natuurlijk ook de naam van de renner erbij worden genoemd, dan weet je tenminste dat jij wordt aangemoedigd/beledigd. 


In Honselersdijk helaas weer materiaalpech. In de eerste ronde een lekke band bij het oprennen van de trap, met vervolgens voor mij een grote achtervolgingswedstrijd. Wel leuk, een trap in het parcours. Ik wist niet dat ik zou hard omhoog kon rennen. 
In Numansdorp met drie man voorop de laatste ronde gereden. Het deel op het strand ging ik als tweede op, de voorste man maakte een mooie buikschuiver die ik niet kon ontwijken en dus moest beantwoorden met ook een buikschuiver. Nadat we de fietsen weer opgeraapt hadden kwam ik derde te liggen en heb ik tot mijn grote vreugde in de laatste meter de nummer twee er nog uit kunnen sprinten. Weer een keer bloemen gewonnen! 

Uitslagen afgelopen periode: 
Veldrit Albrandswaard – 23e 
Veldrit Honselersdijk – 12e 
Veldrit Numansdorp – 2e 

En de culturele tip: 
De telefilm Sekjoeritie (http://www.uitzendinggemist.nl/index.php/aflevering?aflID=11218201&md5=e076c0428f9ed4c565beae973b201b27) 
De telefilm Coach (http://beta.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1039630) 
Vooral de hoofdpersonen in beide films zijn geweldig. 

Gek

11-10-2010
Om mijn conditie in de winter een beetje op peil te houden ga ik vanaf dit jaar veldritwedstrijden rijden. Misschien wel de meest belachelijke sport ter wereld. Met een racefiets door de modder crossen. Welke gek heeft dat verzonnen? Al kan het nog erger; er zijn ook mensen die het daadwerkelijk gaan doen. Waar ik er sinds dit jaar dus een van ben. 
Behalve het vele schoonmaakwerk na een wedstrijdje zitten er gelukkig ook mooie kanten aan het veldrijden. Zo is het meestal bij een parcours van een wielervereniging, wat betekent dat er een kantine en kleedkamers direct langs het parcours ligt, dus warmte, eten en een douche is dichtbij. Dat is bij wegwedstrijdjes wel eens anders. Daarnaast is het natuurlijk geweldig om weer als klein kind door de modder te kunnen racen. Hoewel het bij de echt goede mannen zo hard gaat dat ik me afvraag of ze wel door hebben dat ze door de modder rijden (of over een boomstam). 

Dat niveau moet ik nog maar zien te halen. Afgelopen zaterdag reed ik tijdens het eerste rondje warmrijden een heuveltje op, kwam boven, keek naar beneden, zag een grashelling van ongeveer 60 graden en dacht: hier gaat ik niet fietsend naar beneden. Heel voorzichtig rijdend bleek dat toch te kunnen, en in de laatste ronde van de wedstrijd bleek je ook best naar boven te kunnen sprinten en zonder te remmen met volle vaart naar beneden te kunnen denderen. Leren gaat soms dus best snel. 

Mijn volgende leerdoelstelling is om netjes om bomen heen te rijden. De parcoursbouwers vinden het namelijk erg leuk om je een soort slalom in een bos te laten rijden. En een boom gaat niet voor je aan de kant. Weet ik ondertussen uit ervaring. Zodoende wordt ik tot nu toe elke dag nog wel herinnerd aan de wedstrijd van afgelopen zaterdag. Ook al zijn het maar kleine schrammen en blauwe plekken. 
Kortom, ik vermaak me er prima mee. 

Uitslagen afgelopen periode: 
Charly Gaul (Luxemburg, 160 km) – 22e 
Ronde van Roosendaal – 24e 
Ronde van Voorhout – 18e 
Veldrit Gouda – 4e 
Veldrit Zoetermeer – DNF 
Veldrit Spijkenisse – 7e 

En voor de fanatieke lezer weer een culturele tip: 
Het album Colours van Graffiti6. Goed! 

Vallen en opstaan

25-08-2010
Ervaringsdeskundige. Dat ben ik. Het begon al op het schoolplein van de kleuterschool. Tijdens het heel hard rondjes rond de zandbak fietsen mis ik een bocht en rijd recht tegen de school aan. De bult die ik daar aan over heb gehouden is nog steeds zichtbaar. Maar ook op het ijs op de Rotte was ik er goed in; ik was dan ook de enige die zo hard achteruit durfde te schaatsen. 
De heftigste valpartij was de keer dat ik met studentenfiets en al over een Volkwagen Golf vloog. Nadat ik weer op de grond terecht was gekomen bleek mijn been wel heel raar in de lucht te hangen. Het is waarschijnlijk de actie waar ik in mijn leven het minst over heb nagedacht; ik heb mijn been gepakt en netjes naast de andere gelegd. Het was gelukkig een nette botbreuk. 

Toen reed ik echter nog geen wielrenwedstrijden en wist ik nog niet dat je daar ook leuke valpartijen mee kan maken. Mijn eerste was waarschijnlijk ook de meest komische. Tijdens een rit van 150km in Luxemburg reden we met een grote groep in een afdaling over zo’n glad stuk dat de eerste 20 man ongeveer gelijkertijd onderuit gingen. Ik reed voorin dus ging als een van de eerste. En ook het verst. Ik belande twee meter naast de weg, 1 meter lager in het wildstromend riviertje. Door een agent moest ik worden geholpen om er weer uit te komen. Nadat ik eerst drie fietsen uit de rivier had geplukt die mee naar beneden driegden te stromen. 

Het jaar erna ging ik in volle vaart onderuit in een bocht tijdens het criterium van Rozenburg. Ik verbaasde me erover dat het zo’n weinig pijn deed. Maar die kwam pas later. Samen met een geweldige bult op mijn heup. Die nam zo’n vorm aan dat ik me er wat zorgen over ging maken en er nog mee naar de eerste hulp ben geweest. 

Maar de meest opmerkelijke valpartij heb ik een paar weken geleden beleefd. Alle randvoorwaarden om niet te vallen waren namelijk aanwezig: een trainingswedstrijd op een afgesloten parcours, rijdend in een kopgroepje van 4 man op een recht stuk. Dat betekent: geen gevaarlijke inhaalacties van andere renners, geen andere verkeersdeelnemers en geen bocht waar je uit kan vliegen. Dan moet er wel iets heel raars gebeuren wil je met zijn vieren tegelijk vallen. De oorzaak is dan ook moeilijk uit te leggen. De gevolgen wat makkelijker: de twee jongens voor mij vielen, en met 45 km per uur en een afstand van minder dan 30 cm tot je voorganger geeft dat je 0,024 seconden om tot stilstand te komen. Dat lukte niet, waardoor ik ook mee naar het asfalt ging. Op tv zie je ze wel eens vallen in een sprintend peloton, en dan vroeg ik me wel af hoe dat zou zijn. Dat weet ik nu ongeveer, maar echt graag had ik het niet mee hoeven maken. Hoe het is? In een flits ben je tot stilstand gekomen, en zit je (in mijn geval) op het asfalt. Vreemd. 
Een van de jongens had de pech zijn sleutelbeen te breken. Ik had het geluk dat de vriendin van een fietsmaat langs de kant stond en zo aardig was om met me naar de eerste hulp te gaan om te laten kijken naar mijn borst waar ik last van heb. Het lijkt mee te vallen. Sindsdien heb ik echter wel last van mijn schouder. 

Voor zover het letterlijk vallen en opstaan. Figuurlijk is het dit jaar ook vallen en opstaan geweest. Terwijl ik liever springen en weer neerkomen heb. De uitslagen zijn net wat minder dan de voorgaande jaren; achteraf blijk ik in het voorjaar last te hebben gehad van hooikoorts. Nadat ik een paar keer een allergische reactie kreeg na het eten van fruit toch maar eens de dokter gevraagd waar dat aan kan liggen. Hooikoorst dus. Volgend voorjaar krijg ik er pilletjes voor. 

En als de pollen dan een beetje weg zijn en je je sterker gaat voelen moet je natuurlijk niet hard tegen het asfalt gaan. De gehoopte uitslagen blijven dus een beetje uit, nu gaat het daar natuurlijk niet alleen om, maar het gevoel dat je echt in superconditie bent heb ik wel een beetje gemist dit jaar. Nog drie wedstrijdje om dat gevoel toch nog een beetje te krijgen: 
- Zo 5 september Charly Gaul, 150 km (Luxemburg) 
- Do 9 september Ronde van Roosendaal, 60 km, 15:30uur 
- Za 18 september Ronde van Voorhout, 50 km, 13:30 uur 
En daarna ga ik in de winter eens kijken hoe het bevalt om veldritwedstrijdjes te rijden. 

Uitslagen afgelopen periode: 
- GF Eddy Mercks 52e 
- Ronde van Boxmeer 12e 
- Zomoco Ahoy 2e 
- Ronde van Maassluis 21e 
- Ronde van Oldenzaal DNF